Kruispunt

Kruispunt

Het duurde maar een seconde of twee. Doordat hij zijn wenkbrauwen iets oplichtte kwamen zijn rimpels helder op zijn voorhoofd te staan. Het leek alsof ik twee keer op het knopje van mijn fotocamera drukte. Klik, klik. Meer niet. Ik wist toen nog niet hoezeer deze foto op mijn netvlies zou branden. Ik had geen camera of telefoon in de hand. Zijn grijns is niet meer weg te denken. Het duurde maar een seconde. Meer zag ik niet van zijn gezicht. Daar was absoluut geen tijd voor. Ik blies net rook uit mijn mond. Gasten vermaakten zich aan de bar en aan hun tafels. Vooral jonge toeristen uit Italië – op zoek naar het ruige Amsterdam – bevolkten de kleine houten tafels. Het was nog te vroeg voor de vaste bezetting. Een swingend nummer van een bekende soulzanger versierde het geheel.

Het kruispunt krioelde van de mensen en mijn blik verdwaalde tussen onafgebroken voortschrijdende auto’s, fietsers en internationale bussen. Toeristen met hun armen volgestouwd met geschenken van het naastgelegen museum marcheerden richting stad. Ook zij stuitten op het kruispunt, het door een computer geordend vierkant. Een kroegtijger keerde uit de stad terug. Op zoek naar een verblijf, een café dat wat meer aan zijn wensen voldeed en waarin hij zijn laatste biertjes kon nuttigen, voordat hij dronken en met kleren aan op de bank in slaap zou vallen. Fietsers die ongeduldig trappelend en anderen verwijtend het kruispunt naderden, wilden als eerste aan de overkant zijn. Weggebruikers verkenden met hun grote koptelefoons een totaal andere dimensie. Deze genieters van melodieën waren waakzamer dan de argeloze freaks – die door rood reden en wars van alles de blokkades omzeilden. Studenten vervuilden hun broek aan de ketting van hun goedkope fiets, die open zijn mechanica etaleerde, en in hun hoofd waren ze al thuis. Vingers tikkend op het stuur. De aangeboren muzikale, door cultuur gedreven, jongeling. Het ritme heeft een dwingende werking op hun lichaam. De een komt langs met een gitaar op de rug, de ander draagt een cello. Jonge dames fietsten voorbij met hun rug ergonomisch recht, alsof ze nog steeds achter de computer op het werk zaten. Met lange benen onder hun keurige rokjes waren ze chique en sexy tegelijk.

Deze kruising bracht alle goedheid en slechtheid van de mens naar boven. Een magische vorm van techniek, elementen, blik, staal, licht, emotie en totale leegte. Die vijf seconden waarin alles stil staat en er geen beweging mag zijn, is uitzonderlijk en brengt een serene rust in alles wat daarvoor nog bewoog. Het oog van de tornado. Ik nam een slok bier. Ik wilde per direct een tent in het midden van deze kubus plaatsen. Ik bedacht hoe het zou zijn om midden in die tent te gaan zitten en alle stoplichten in een keer op groen te laten springen en chaos te creëren middenin een perfect geheel. De gevolgen die het zou hebben zou ik niet willen zien. Tot op de dag van vandaag ben ik bang voor kruisingen.

Dwars door de menigte keek ik naar een merel die het aandurfde op de leuning van de brug te gaan zitten en haar vleugels onder handen te nemen. Een ouder echtpaar liep langzaam over die brug en riep herinneringen van een tijd op waarin er bijna geen auto’s voorbij raasden. De man sprak tot zijn geliefde: ‘Hier, ik weet zeker dat het hier was, hier gebeurde het. Ik zal nooit vergeten wat hier gebeurd is’. Ook zij zagen de vogel en ze hielden even rust. Het beestje vertrouwde het echtpaar en bleef op nog geen meter van het echtpaar de vleugels herstellen. Tot het er schoon genoeg van had, omdraaide en over een rondvaart boot vloog en op de dichtstbijzijnde tak van een boom belandde.

Nu nog steeds – het moet toch al zes maanden geleden zijn – zie ik zijn gezicht in meerdere dromen voorbij komen. Meestal schrik ik wakker, nadat ik een harde knal hoor. Geluk heb ik wel. Veel geluk met mijn partner, die me nu nog uit mijn nare dromen wakker schudt. Ze kan het niet aanzien dat ik mijn volledige droom afmaak en zwetend en schreeuwend wakker word. Ze schudt mijn lichaam dan langzaam heen en weer, zodat ik steeds iets verder uit mijn droom verwijderd word. Meestal gaat dit gemakkelijk en open ik mijn ogen en voel ik haar warme hand op mijn borst en om mijn arm. Gelukkig maar, ik kan me niet voorstellen alleen te zijn met deze boze dromen. Sussend brengt ze me weer tot slaap. Alle ochtenden dank ik haar voor haar geduld.

Vanachter mijn glas en achter de bar en voor de andere glazen en twee tappunten keek ik in een spiegel. Ik zag dat ik er niet uitzag. Het leek alsof ik dagenlang geen vitaminen had gehad en alleen maar had geblowd. Mijn gezicht had een kleurverandering ondergaan: van licht naar witgeel. Met verbazing luisterde ik naar de barman, die een andere bargast uitlegde wat er gebeurd was. Ik kon het niet geloven. De zwaarte van mijn verbazing voelde ik in mijn gezicht. Om te begrijpen wat er gebeurd was onttrok het lichaam een overmatige dosis aan energie uit mijn innerlijke accu. ‘Dit, wat net gebeurde, is niet gebeurd,’ fluisterde ik zacht tegen mezelf, hopend dat de barman het ook zou horen. De schenker was druk bezig zijn verbazing over te brengen aan alle anderen die er waren. Hij had zowel alles als helemaal niets onder controle. Al snel krioelde het van de hulpmensen, die toeristen in het Engels aanspraken en de barman en mezelf terug naar de realiteit brachten. Buiten was er nog veel meer gaande. Twee van mijn nagels bleven vastzitten in de barkruk. Ik vroeg de barman iets sterks in te schenken. ‘Ik kan zijn gezicht nog steeds zien, zijn auto moet beschadigd zijn,’ riep ik al veertien keer iets te hard, denk ik.

De deurpost ving mijn hele lichaam op. Ontspannen stond ik mijn biertje te drinken en ik stak er nog maar een op. Het ene stoplicht ging op rood, het andere op groen, op dit kruispunt was altijd wat te doen en te kijken. Urenlang kon ik genieten van deze hysterie van fietsers, auto’s en ingehouden woede. Het in het lichaam opnemen van meerdere soorten alcoholische drank zorgde voor een waas waarin ik filosofische gedachten voor geen meter uit kon denken, maar waarin ik me wel erg op mijn gemak voelde. De hoeveelheid vooruitgang, niet te stoppen, raasde aan me voorbij en had geen boodschap aan deze horecagast die te vroeg vrij was en genoot van de drukte waarin de mensen op het kruispunt zich, op dat moment, nog bevonden.

Zijn wilde haren verrieden zijn lust voor het leven en met de opgewekte manier van fietsen trok hij de aandacht. Rond half zes kwamen veel mensen uit de stad. Het leek alsof het centrum klaarkwam en dat het hom alleen door dit kwadraat konden worden afgevoerd. Eens in de zoveel tijd staarde ik iets langer naar iemand die langskwam of aan de overkant, voor het rode stoplicht, aan het wachten was. Net over de heuvel zag ik een knappe jongen aan komen fietsen. Of het stoplicht dat hij zou passeren op rood op of groen stond zag ik niet. Verdoken fantaseerde ik dat hij zou stoppen. Om daarna wat met me te drinken. Later, maar niet veel later belanden we dan in zijn bed en zouden we de heftigste seks bedrijven die ik tot dusver kende. Mijn glas was bijna leeg en ik nam de laatste trek van de sigaret, die ik daarna achteloos op de grond zou gooien. Vlak achter hem fietste een meisje. Daar waar hij geluk had, werd zij geschept door een zwarte auto. Een vrij grote auto. Het gezicht, alleen het gezicht van de chauffeur kon ik zien. Het was een zwarte auto. Twee harde klappen herinner ik me nog. Een van de klap zelf en daarna de klap van haar lichaam dat de grond raakte. Ze moest wel twee meter de lucht in zijn gekatapulteerd. Haar hoofd raakte eerst een lantaarnpaal en daarna belandde ze op de grond. Hij reed door. Hij reed door! Er moeten ongeveer honderdtien ogen op het ongeluk gericht zijn geweest. Anderen keken naar vogels of staarden naar hun bier en mijmerden wat over het leven of de dood. Niemand had het kenteken gezien. Iedereen – die het gezien had – was verdoofd en schakelde alle sensoren uit. Alles viel stil, behalve de knappe jongen, die met reggae muziek op zijn hippe koptelefoon, doorfietste.

Advertisements

About Kamal Bergman

Ik ben een Nederlandse schrijver en ik schrijf columns, blogs en korte verhalen. Ik woon en werk in Amsterdam. Naast schrijven ben ik muzikant in de band The Sound Press en werk ik in het sociaal domein. Op dit moment werk ik aan een nieuw boek over twee totaal verschillende homoseksuele jongens, die gevangen zitten in oude tradities, geloofsovertuigingen, familiaire omstandigheden en een maatschappij die mensen uitsluit en tegenover...
This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s