Agnost en rampspoed: een doorlopend donker sprookje

Naar een verhaal van Roald Dahl: Genesis and Catastrophe: a true story

Agnost en rampspoed: een doorlopend donker sprookje

‘Leg maar een koud washandje over haar gezicht,’ zei de dokter tegen zijn assistente. ‘U mag achteruit gaan liggen, mevrouw, als u maar rustig blijft doorademen, dank u.’ De stem van de dokter klonk ver weg, alsof het van de gang kwam, ergens achter een deur.
‘Wat zegt u?’
‘Alles is goed verlopen en zuster Anna heeft uw kind bij zich in een andere kamer. Daar wordt hij schoongemaakt en gekleed, mevrouw.’
‘Ik geloof niet wat u zegt. Als u toch eens weet hoeveel nachtmerries ik heb gehad. Hoeveel buikpijn en angst, dokter.’
‘Ik beloof u een ding, mevrouw, er is niets aan de hand. Hij is misschien wat klein, maar verder kerngezond, als u goed luistert dan hoort u hem schreeuwen. Gaat u toch alstublieft lekker achteroverliggen?’
‘Dat kan ik nu niet, dokter. Ik heb het gevoel dat er iets mis is met mijn kind?’
‘Ik beloof u – met mijn hippocratische hart – dat er met uw kind niets mis. Het heeft zelfs een mooi blonde lok. Uw kind komt er zo aan.’
‘U begrijpt mij niet helemaal, geloof ik. Na Maarten, zijn broer, hebben we het nog twee keer geprobeerd en heb ik twee keer een miskraam gehad, dokter. Direct daarna kwamen de nachtmerries en ben ik erg veranderd. Dat mag u zo wel aan mijn man vragen. Het was een hel. Ik heb altijd gedacht dat het mis zou gaan. Zwanger wilde ik eigenlijk niet meer worden, maar daar is het nu te laat voor. Blijft dit kind wel leven, dokter?’
‘Mevrouw, er is écht niets mis, dat beloof ik u. Uw zoon gaat over een aantal jaar grootse dingen doen en gaat het respect verdienen van alle Nederlanders en vele mensen in het buitenland, mevrouw.’

Zijn horloge gaf 18.14 aan. De dokter keek naar buiten. Aan het begin van de ochtend begonnen de laatste weeën. Zo licht en opwindend het uitzicht vanochtend was, zo donker en onheilspellend de avond. De dokter concentreerde zich heel even op het geluid van een auto, die buiten iets te hard optrok. Ah, de DAFF Daffodil!
Op dat moment sloeg de bliksem in; hoogstwaarschijnlijk in het ziekenhuis of op een van netten of huisjes waaruit energie geleverd werd. Alles werd donker.
‘Ziet u wel, Oh Here God, dit is de straf van al mijn slechte denken!
‘Niets aan de hand, mevrouw, de noodaggregaten gaan zo aan. Ah, terwijl ik het u zeg. Er is wel iets minder licht nu. Ik zal de gordijnen dicht doen, dan ziet u dat verschrikkelijke donkere weer niet. Anna, zou je gordijnen willen sluiten? Heeft u al een naam bedacht voor uw zoon?’
‘Het zal wel een straf zijn, dokter. Ik heb zo vaak gebeden, maar nu krijg ik wat ik heb verdiend. Ik heb zo negatief gedacht de laatste twee jaar. Mijn gezin heb ik verwaarloosd met mijn doemdenken. Als dit kind blijft dan leer ik het alleen maar goede dingen. Blijft het niet en neemt De Heer mijn zoon nu mee, dan snap ik dat.’
‘Mevrouw, kijkt u eens, hier is uw zoon. Hoe mooi ziet hij eruit? Hoe gezond? Wacht, ik haal uw man even van de gang. ‘Heer Wilders, uw zoon en vrouw zijn klaar om u te ontvangen.’

 

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

Huilende Honden

Huilende Honden

Ik kijk haar aan. Vandaag wordt alles duidelijk. Alles wat gezegd moet worden gaat vandaag gezegd worden. Ik ben daarvan overtuigd. Zij weet het nog niet. Ze wordt vandaag elf jaar oud; rond 16.00 moet het zijn geweest, het tijdstip dat ze geboren is. Als de dag van gisteren! Ik was erbij, maar moest wel in een andere kamer wachten.
Vooral als ik met mijn hoofd op haar schoot rust en ze me achter mijn oren aait dan houd ik het meest van haar. Op momenten dat ze moet huilen en mijn naam roept ren ik zo snel mogelijk naar boven of waar ze ook maar is om mijn grote kop in haar handjes te drukken. Haar hoofd legt ze dan op mijn hoofd neer. Soms voel ik hoe ze schokt en hoor ik haar huilen. Begint zij te trillen dan tril ik mee. Ik grom zacht.

Ha, het feest begin. Al die aandacht die ik straks ga krijgen! Ik merk dat ik als een jonge pup rondhuppel. Ik stoot expres een glas om, zodat het echt op een feest lijkt. Ik ruik tantes en ooms van verre afstand aankomen en sta bij de deur te springen. Bij iedereen ga ik langs om een aai over mijn bol te krijgen. Bij sommigen sta ik iets langer stil dan bij anderen.

In eerdere tijden was ik iets minder gelukkig, dat mag u best weten. Wat kunnen jullie ons beledigen, schofferen en de verkeerde manieren leren zeg. Bij mijn eerste baasje was ik vanaf het begin al niet echt welkom. Ik werd geslagen en geschopt en zonder eten in de koude buitenlucht in aftands hok gezet. Op een goede dag koos ik het hazenpad en ben ik door het hek naar de buren gelopen, die me naar een asiel brachten. Daar zag ik haar voor het eerst, mijn beschermengel; ze staat nu te schijnen in het middelpunt van ieders belangstelling.

Wat ruik ik nu? Die geur komt me maar al te bekend voor: duur parfum, nieuwe kleding en een vreemd, huichelachtig zuur uit smerige poriën. Het is Iwan, een oom van mijn prachtig prinsesje. Een oom waarvan ik walg. Ik grom en schreeuw zo hard als ik kan. Houd die deur dicht! Houd die deur dicht! Als hij binnenkomt en voor de kapstok gaat staan plas ik stiekem over zijn dure schoenen en zijn broekspijp. Wat een hekel heb ik aan die man.
Op een regenachtige herfstdag moest Iwan oppassen. Na een uur ging hij naar boven. Ik volgde hem naar haar kamer. Natuurlijk wilde ik mee naar binnen. Dat mocht ik niet en hij duwde me met zijn voet naar buiten en deed de deur dicht. Een uur lang heb ik moet wachten. Een uur lang! Ik piepte, gromde en schreeuwde wat af.

Het feest is in volle gang. Achter in de kamer, rond de tafel, wordt door ooms en kennissen gerookt; kleine pilsjes komen en ik ruik kaas, worst, nootjes en andere hapjes. Buiten staan twee mensen te praten over de tuin en de dakkapellen aan de overkant. Opeens sta ik op mijn achterpoten en druk ik mijn voorpoten op de borst van Iwan, de verschrikkelijke. Ik laat mijn tanden zien en schreeuw drie keer hard achter elkaar. Slijm druipt uit mijn mond en valt op zijn overhemd en zijn broek. Mijn tanden zijn nu heel dicht bij zijn neus en ogen. Ik tril en grom tegelijk. Ik voel mijn ogen bijna uit mijn kas vallen. Van mijn baas moet ik stoppen; maar ik ga door. Ik houd vol! En dan in een keer:

‘Oké, ik ga het zeggen, ik ga alles vertellen, alles wat je wil en nu weg met die smerige hond.’ Ik schreeuw nog een laatste keer en dan laat ik hem bijkomen. Mijn baasje vraagt:

‘Wat ga jij ons precies vertellen?’

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Verrekte Foute Vingers

Verrekte Foute Vingers

Verdomme, het lukt me! Het lukt me; zoals het me altijd is gelukt, zoals ik altijd heb gedaan. Het lukt me. Wat een pijn. Gewoon doorgaan. De eerst reeks is af. Nu naar de volgende. Verzet ze, zoals je ze altijd hebt verzet. Kom op nou! Verdorie! Alsjeblieft, werk mee! Werk alsjeblieft mee? Ik kan het niet. Ik kan het niet meer. Godverdomme, het lukt me niet meer.

‘Linda, kom eens? Kom eens, Linda?
‘Henry, wat is er?’
‘Het lukt niet meer met die verrekte foute vingers.’
‘Foute vingers, wat bedoel je, Henry?’
‘Mijn vingers doen het niet meer.  Elke zondag hetzelfde liedje. Godver, het lukt niet meer. Ze voelen aan als krom geslagen roestige spijkers in een oude verschimmelde plank. Het lukt me niet meer.’
‘Kom eens hier met die handen!’

‘Ik heb je toch al eens verteld dat ik muzikant ben geweest?’
‘Nee, vertel eens?’
‘Nou, ik ben begonnen als pianist in een kleine jazzband in het dorp. Al snel leerde ik meerdere instrumenten spelen. Gitaar leerde ik snel; dat leek erg op piano. Dat soleren vond ik zo mooi. Mijn snaar- en drukgevoeligheid beheerste ik na een paar jaar zo goed dat ik er zelfs prijzen voor ontving. Als een poema zo snel en als een waterspin lopend over de oppervlakte van de snaren, ik werd er handig in. Ik speelde zelfs met Toots Thielemans. Ken je Toots?’
‘Nee Henry, die ken ik niet, wat speelde hij?’
‘Zijn eigen toetsen, maar dan met zijn lippen.’
‘Geef je andere hand ook maar, dan weet ik zeker dat je zo weer kunt spelen, Henry.’

‘Ik speelde vanaf mijn drieëntwintigste op de allergrootste jazzpodia van de wereld: Blue Note, Cotton Club, Bimhuis, The Concorde Club, The Ealing Club, Birdland. Op de eerste dag dat ik moest spelen stond Mieke in de coulissen, net achter het dik velours rijtuigengroen gordijn. Ze rookte en keek me aldoor aan. Sinds die dag is ze nooit meer weggegaan en gaf ze een groot stuk van haar leven op om het mijne te verbeteren. Ik ben haar zo verschrikkelijk dankbaar.’
‘Je hebt me nog nooit verteld over Mieke! Al die tijd dat je hier zit! Altijd je muziek, maar nooit over Mieke.’

Ik houd het niet meer. Haar handen glijden over mijn handen en haar vingers kneden mijn vingers; zoals Mieke dat ook altijd deed, net voordat ik het podium op moest.

‘Ik word geroepen Henry. Ik moet even naar hiernaast naar mevrouw van Engelen. Roep me als je me nodig hebt, ok?

Verdomme, nu is ze weg. Ik kan dit niet meer. Mijn verrekte foute vingers.
‘Linda! Linda! Mieke!’

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Te-le-foon

Te-le-foon

Knoppen werken niet meer. Kamal gaat naar Vodafone store (winkel) om te-le-foon te laten maken. Te-le-foon is softwarematig aan het flippen. Te-le-foon gaat naar Maastricht om te laten fiksen.  In de tussentijd krijgt Kamal berichten, die niet gelezen worden. Een week wachten. Nog een week wachten.

In die twee weken heeft Kamal een tig aantal keer op Facebook gekeken en op het Gmail account, ook LinkedIn werd niet geschuwd. Berichten werden op chronologische wijze afgehandeld. Kamal was dus niet helemaal van de wereld en probeerde dicht bij vrienden, relaties en kennissen te blijven. Stel je toch eens voor dat hij iets zou missen!

Nu, twee weken later, is Kamal blij dat zijn te-le-foon een malfunction had; om even in het Nederlands te blijven. Met de ruimte -die hij niet met de telefoon spendeerde-  is veel te doen.  Goh, jeetje, echt? Ja!

Wat betekent dat ongeveer voor een verslaafde Samsung eigenaar die Kamal ook is:

  • Hoe is het?
  • Hoe gaat het met Pepijn?
  • Kun je dan en dan daar zijn?
  • Hoe is het met de muziek?
  • Is je boek al af?
  • Wat vind je van die, zo rare actie, toch?
  • Alweer in Bagdad, he>? Jeetje man, wanneer het houdt het op?
  • Kom je naar de vergadering, ik heb je gebeld op je werkmobiel, maar volgens mij heb je die niet meer?
  • Warm, warm, zwemmen?
  • Als ik dat nummer zo speel kan er dan een Amineur in of is het beter om ander akkoord te pakken?
  • Heb je zomergasten gezien? Tja, beetje light!
  • Ik ben jarig, ik ben jarig, ik ben jarig….
  • Kaaimaneilanden: Like. Like., like…..
  • 30 daar?
  • Dat weet ik niet, dat moet je zelf weten. Is wel handig.
  • Ga jij boodschappen doen?
  • Neem je wijn mee en afwasmiddel, is er bijna door!!!
  • Goh, ik weet helemaal niet of ik daar zo zeker over ben, jij wel?
  • Nee, maar waarom zou je het überhaupt niet doen?
  • Heb je gezien hoe die en die reageerde op facebook, vollidioten?
  • Wat een mensheid, echt waar, nu weer dit, komt wel erg dichtbij?
  • Ze zijn gek!
  • Hoe is het met je werk?
  • Was die gaypride gaaf?
  • Je bent ook een asshole hoor, die was gisteren jarig.
  • Afspreken?
  • Ok, ok, ok, ok
  • Duimpje
  • Lachding
  • Wat een te gek feest was dat. Net Zwarte Cross en Sziget, heen gaan volgend jaar, zeker
  • Gast
  • Nu BBC2.

Vandaag kwam Kamal bij Vodafone en ze hadden de te-le-foon gemaakt. Ze hadden alleen vergeten om de software Up Te Loaden. Terug naar Maastricht. Duur: ongeveer twee weken. Met de ruimte……….is veel te doen.

NPS*, daalde naar – 180. Vodafone en andere bedrijven vinden het heel belangrijk wat Kamal denkt, voelt, beleefd. Kamal ook en die bleef heel rustig… want geen….

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

De Lage landen

De lage landen

Met de vette schreeuw, vanaf het dak van McDonald’s in Almelo, “Meer of minder Marokkanen” is, na jarenlang geschreeuw, van een zeer bekende politicus, eindelijk een evenwichtig tegengeluid te horen, in de vorm van een goede grap en een verstandig publiek. Althans dat hoop ik.

In de afgelopen jaren zijn we in Nederland ook niet verder kunnen zinken, volgens mij; in de geweldsspiraal, racisme spiraal, discriminatie spiraal, – IKSCHELDOPTWITTERENFACE IEDEREENZIJNBEKVOL – spiraal, politieke spiraal, hebben een aantal van ons Nederlanders zich zeer openhartig, radicaal en heel walgelijk uitgelaten. Van een minder hoogopgeleid, asociaal, empathie loos dier, waarvan er genoeg wonen in Nederland, kun je dat verwachten.  Er zijn nu eenmaal mensen met een kapot filtertje. Het wordt wat erger als – de situatie komt wat hoger in de spiraal –  het mensen zijn die hoogopgeleid zijn, verstandig lijken te zijn, ogenschijnlijk verstandige medebewoners.  Hun walging wordt ook publiekelijk tentoongespreid. Ze vinden het heerlijk vanuit hun stoeltje achter de laptop of computer te vomeren op de digitale weg.

Volgens mij behoort deze voetballer tot de middenmoot van de Nederlandse samenleving. De roep en het antwoord van het publiek kan op geen beter moment komen. Racisme is hot en leeft. ‘Ik racist, natuurlijk niet.’ Gordijnen dicht, computer aan en maar braken met woorden. Het is makkelijk, het is niet direct en soms wel te herleiden naar henzelf. Men kan de computer dichtdoen en de normale vader of moeder uithangen. Genoeg over deze spuwers. Zijn proclamatie, met zijn voetbalteam en het Almeloos publiek, is veelzeggend en kan dienen als opmaat naar een sterk tegengeluid.

Zijn lokroep kwam goed uit de verf. Velen schreeuwden: ‘meer, meer, meer! Daar zit hem de schoonheid van deze uitbarsting van de jonge speler en zijn publiek. Ik geloof nooit dat iedereen zijn woorden repeteerde. Ik geloof dat er een aantal schreeuwers, die zomaar wat schreeuwden, snel een slok bier namen en rondkeken of niemand het had gehoord wat ze riepen. De fraaiheid zit hem in de gigantische meerderheid die wel mee lalde. ‘Meer, meer,….. Een humorvolle tegenaanval tegen een beladen onderwerp; dat kan cynisch, sarcastisch, ironisch en of met een spiegel. In dit geval werkte de spiegel erg goed.

Het zoemen van miljoenen zal altijd nog harder klinken, dan kwetsende, opruiende, voor hoofd stotende, trucjes van een boos en gekwelde minderheid. Minder overgeven, meer vragen stellen, minder schelden, meer nadenken, meer voelen en minder bang zijn, meer of minder…………………

 

 

 

 

Posted in Column, Kort verhaal, Uncategorized | Leave a comment

Boerman, boerman (zijlstra’s feestje)

Buurman, buurman

Ergens in het jaar dat ik dertien was, kwam ik thuis van school en ontdekten mijn broer en ik dat er een manspersoon op de bank zat. Een heel erg donker manspersoon, welteverstaan, bijna tegen het zwarte aan, niet zwart, dus, voor de duidelijkheid. Jeetje, als ik dat zou zeggen dan staat mijn Twitter natuurlijk weer op rood. Dat is in het echt nog nooit gebeurd, want zoveel volgers heb ik niet. Dat betekent dat het aantal droef toeters, die met hun onder onderbuikgevoel allerlei zaken op Twitter kwakken, ook meevalt. Misschien is dat na deze column over. Met een goed Nederlands woord zal ik hen vooraf van repliek bedienen: FuckUm!

Zo gezegd zo gezegd, laat ik opschieten, men wordt nerveus van zoveel woorden. Deze zwarte man werd later mijn stiefvader. Een zeer intelligente, aardige, humoristische vader moet ik zeggen. Mijn moeder, parelwit, en afkomstig uit Zwolle werkt al jaren op een asielzoekerscentrum. Hierdoor kwam ze in contact met deze zwarte meneer uit Ghana. In de begintijd van haar werk bij het AZC mochten wij mee en spraken we mensen uit verschillende landen, die die landen waren ontvlucht. Tandartsen, chirurgen en normaal werkvolk, boeren, taxichauffeurs, die het geluk hadden gevlucht te zijn. Volgens mij kampte de wereld toen met de Eerste Golfoorlog. Mensen uit Irak en Iran voornamelijk verbleven op Nederlandse grond.

Mijn vriend en ik zijn verhuisd naar een volkswijk in West Amsterdam met weet ik hoeveel nationaliteiten. Heerlijk! Ook mijn buurman woont er net. Buurman loopt steeds vaker langs ons raam en vanuit ons tuintje antwoordde ik weleens op zijn groet. Hij kwam steeds vaker langs en soms draaide hij zelfs om met de fiets om mij nog eens te groeten. Merkwaardig, wat wil deze man?, dacht ik. Ik vroeg mijn vriend wat ik daar mee moest. Hij zei: ‘Praat eens met hem.’ Ik ben nou niet de meest verlegen manspersoon en toen ik langs zijn huis liep kwam hij naar buiten. Kennelijk had hij mijn naam eens gehoord en riep deze. Ik stopte om een praatje te maken.

‘Hallo Kamal, hoe is het?’ Ik ging niet in op het feit dat hij mijn naam wist.
‘Prima, dank je wel, en met u?’ Ik begin tegenover oudere mensen altijd met u, zo heb ik dat geleerd van mijn moeder. Simpel en met respect.
‘Wel goed,’ zei hij, maar direct daarachter aan zei hij dat hij gek werd van eenzaamheid.      ‘Jij bent toch mijn buurman.’ Ik had niet gelijk door wat hij bedoelde.
‘Ja, dat weet je toch?’ vroeg ik wat verbouwereerd.
‘Ja, maar je bent toch mijn buurman?’  herhaalde hij nogmaals.
‘Dan moeten wij toch praten als buurman, ik ben helemaal alleen al een jaar. We kunnen toch praten?’ Toen viel het kwartje pas.

Ik maakte een afspraak om binnenkort koffie te drinken en samen met hem te gaan praten. Ik vermoed zomaar dat ik veel ga leren over Bagdad. Hij is een man op leeftijd, tandarts en heeft stralend witte tanden. Deze man heeft jarenlang een schitterend huis gehad en werk en een leven. Abrupt kapot gemaakt door, piep, dat mag uzelf invullen.

Er lopen veel projecten voor deze mensen in het land; vluchtelingenwerk en andere organisaties waar ze zich bij aan kunnen sluiten. (Of dit genoeg is, ik denk het niet!) Dat ga ik hem volgende keer vertellen, want alleen, helemaal alleen zijn we immers nooit. Het is maar of je nog interesse in elkaar hebt. Als Zijlstra’s feestje doorgaat dan hoeven we ons straks geen zorgen meer te maken over nieuwe mensen, toch? (droef toeter!!) Gaan we dan wel goed om met de mensen die er al zijn?

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Sado Masochistische Politiek

(Tramversatie) Een tramgesprek of tramversatie is een mondelinge communicatie tussen ten minste twee personen; in geval van een persoon spreekt men van een monoloog of een toespraak. Een gesprek kan een vrijblijvend of een formeel karakter hebben……. en in trams, bussen, treinen……….

Sado Masochistische Politiek

Ik zat in tram veertien richting Flevopark. Twee jongeren – opgeschoten links – zaten links voor me. De een had warrig haar – ik weet niet of dat komt door zijn gel of dat hij inderdaad de hele nacht door is gegaan en zo de tram in was gestapt – de andere had een kale kop. Ze droegen allebei een overmatige trui en gescheurde broeken met daarin allerlei kleuren verwerkt. Circus in tweemanschap. De conversatie was snedig, oprecht en vol met passie. Zij praatten over de politiek en de opkomende verkiezingen in tweeduizend zeventien. Deze verkiezingen gaan plaatsvinden op vijftien maart, (Meerdere bronnen) mits er verder niets anders tussendoor komt, etc.

‘Wat, dat begrijp ik niet helemaal?’ zei de kale jongen en keek mij en anderen aan op zoek naar medestanders.
‘Ja, dat heb je wel goed gehoord, strategisch, ja.’
‘Hoezo, strategisch, jij en strategisch kiezen, fuck dat.’
‘Ja, dat wordt tijd. Ik ben nog niet zeker van onze partij en je weet wat er van rechts gaat komen.
‘Fuck rechts,’ zijn vocabulaire was nog niet helemaal op niveau, ‘dat ga je niet menen, dus als het wat moeilijker wordt kruip je terug?’
‘Als dat nodig blijkt te zijn, ja, dan wel. Hoezo niet dan?’
‘Omdat je juist vast moet houden, vooral nu!’
‘Waaraan, die idealen van ons en dat gebrabbel, dat een minimale invloed zal hebben, meen je dat echt? Vind je dat het nu goed gaat dan? Waar heb jij gezeten, je leest zeker alleen alles wat links schrijft.’
‘Ja, tuurlijk, jij niet meer dan, ik dacht dat je er nog wel inzat. Ben je daarom weggebleven bij de vergaderingen in Oost?’
‘Dat is een reden, ja.’

Er viel een stilte. De tram reed langs de dam. Een paar honderd toeristen keken naar artiesten op de dam en een paar bij de fallus; ook wel het Nationaal Monument genoemd.

‘Wat een lullig monument,’ zei de warrig hoofdige.
‘Een beetje wat jij aan het worden bent, zeker.’
‘Maak er een grap over of niet, ik ben een beetje klaar met ons.’
‘Hoe kun je klaar zijn met ons?’
‘Omdat ik het niet meer begrijp. Ik begrijp onze partij niet meer, hakkelde hij en ging rechtop zitten, nam zijn hoofd tussen zijn handen en wreef langzaam over zijn gezicht.

‘Ik vind bijna elke partij zo warrig en onduidelijk. Ik weet, bij God, niet meer welke partij waarvoor staat. Er zijn zoveel overlappingen. Zelfs die verdomde PVV heeft dezelfde punten die wij ook hebben.’
‘Dit is zo slap, slap, Rutger, slap, slap-slap-slap, wat ben jij slap. Gadver!’
‘Inderdaad, slap gelul, ja. Ik stap eruit,’ hij gaapte toen hij het zei, keek naar buiten en zwaaide met zijn vingers een aantal gedachten weg.

Ik genoot hiervan, temeer omdat ik bij de vorige verkiezingen anders gestemd heb. Ik vond de opmaat naar de verkiezingen slordig, druk, opdringerig, onduidelijk en vervelend, over de debatten nog niet eens te spreken. Waar of onwaarheden weg liegen! Een dofkleurig circus met veel kraken en scheuren, wat vuil, zoals de broeken van de jongens.

‘Politiek met een tintje SM. Heerlijk, elkaar pijn doen in de arena. Benieuwd naar de nieuwe campagnes.’
‘Je bent gek, joh, ik wist dat je gek was, maar zo erg, dat wist ik nog niet.’
‘Die nieuwe partij misschien, Denk, misschien wordt dat wat!’
‘Denk, denk het niet!’
‘Nee, een leider, een leider,’ stelde hij nu grimmig, ‘jij, als conservatief monster van het links gekrakeel, bent maar tot weinig progressie in staat. Iemand die zegt wat hij doet en doet wat hij zegt, die zoek ik, deze keer. Ben alleen bang deze niet te vinden in DenRenz Haag.

Posted in Uncategorized | Leave a comment